De eerste nacht

De eerste nacht

Dit is niet mijn eigen bed !

En daar zitten we dan, sprakeloos.

De woorden van de arts galmen nog na in de kamer. En nu? We staan daar op de afdeling, overvallen door de realiteit, zonder ook maar één spulletje bij ons. Geen schone kleren, geen tandenborstel… niks. Je denkt ’s ochtends een dagje boodschappen te doen op de camping en een paar uur later lig je in een ziekenhuisbed op de afdeling.

Eerst maar mijn ouders bellen. Die schrokken uiteraard enorm. En dan komt het moment dat je de kinderen moet inlichten. Maar wat stuur je op zo’n moment? Hoe breng je zoiets over zonder dat de paniek meteen toeslaat, maar wel eerlijk over wat er aan de hand is?

Uiteindelijk tikte ik met mijn linkerhand het volgende bericht:

“Niet schrikken. Maar ik lig in Breda in het ziekenhuis. Heb een lichte herseninfarct gehad. Mijn rechterarm had geen kracht meer. Inmiddels bloed geprikt, CT scan gehad, hartfilmpje gehad. Moet 1 of 2 nachtjes zeker blijven.”

Na het sturen van het bericht volgt er een stroom van meelevende en bezorgde reacties. Terwijl mijn vrouw wat noodzakelijke spullen gaat regelen, word ik aangesloten op de hartbewaking. Prikkels, draden en kabels houden mijn lichaam continu in de gaten.

Van slapen komt die eerste nacht vrijwel niets terecht. Om de twee uur wordt de manchet om mijn arm weer automatisch opgepompt om de bloeddruk te meten, of komt de verpleging binnen om mijn vitale functies te controleren. Telkens als je net weer een beetje wegzakt, schrik je opnieuw wakker.

Daar lig je dan in het halfduister. De piepjes van de monitoren op de achtergrond, het constante pompen van de bloeddrukband, en in je hoofd de maalstroom van gedachten. Met de wetenschap dat de volgende dag volledig in het teken zal staan van diverse onderzoeken, is de eerste nacht in het ziekenhuis een hele lange. De onzekerheid over wat komen gaat houdt je alert, terwijl het besef van wat er die dag precies is gebeurd pas echt begint door te dringen…

Het infarct

Het infarct

Van de camping naar het Amphia

Toen de wekker de volgende ochtend ging, hoopte ik dat een goede nachtrust de stijvigheid en de spierpijn van de dag ervoor zou hebben opgelost. Maar het tegendeel was waar. Het vreemde gevoel in mijn arm was niet verdwenen. Sterker nog: de kracht in mijn arm was merkbaar afgenomen. Eenvoudige handelingen kostten plotseling ongewoon veel moeite.

Ondanks dat unheimliche gevoel gingen we die ochtend toch op pad voor de dagelijkse boodschappen. Maar eenmaal bij de supermarkt merkte ik dat het echt niet ging. Ik voelde me niet goed, grieperig en absoluut niet fit. Ik gaf aan mijn vrouw aan dat ik liever in de auto bleef wachten tot zij klaar was.

Het beslissende moment

Terwijl ik daar alleen in de auto zat te wachten, gebeurde er iets wat ik nooit meer zal vergeten. Uit het niets trok er een golf van kippenvel over mijn rechterarm. Direct daarna volgde een dof, verdoofd gevoel, en op hetzelfde moment viel de kracht in mijn arm volledig weg. De arm deed simpelweg niks meer. Als ik hem wilde verplaatsen, moest ik hem met mijn linkerhand oppakken en optillen. Het was een beangstigend moment: mijn eigen lichaam luisterde niet meer.

Aangekomen op de camping was het duidelijk dat dit geen spierpijn of vermoeidheid was. Ik heb direct mijn eigen huisarts gebeld om te overleggen. Omdat we op de camping ver van huis waren, adviseerde mijn huisarts om meteen contact op te nemen met een dokterspost of huisarts in de buurt.

Naar de Spoedeisende Hulp

We konden gelukkig snel terecht bij een lokale huisarts. Na een reeks korte neurologische tests en onderzoek keek de arts bedenkelijk. Ze twijfelde niet en ondernam direct actie: er werd meteen gebeld met de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Amphia Ziekenhuis in Breda.

Vanaf dat moment kwam alles in een sneltreinvaart. We moesten ons zo snel mogelijk melden in Breda. De onzekerheid maakte plaats voor de realiteit dat er iets ernstigs aan de hand was in mijn hoofd…

In de molen van het ziekenhuis

In het Amphia Ziekenhuis kwamen we terecht in een stroomversnelling van onderzoeken. Er werd direct bloed afgenomen, een hartfilmpje (ECG) gemaakt en ik werd klaargemaakt voor een CT-scan. Het is vreemd hoe snel een gewone vakantiedag kan veranderen in een medische medische molen.

Na alle onderzoeken brak het wachten op de uitslagen aan. Terwijl we daar zaten, leek de kracht in mijn arm weer redelijk terug te keren. Het menselijk brein werkt op zulke momenten bijzonder: zodra het iets beter lijkt te gaan, zoek je meteen de relativering op. We maakten alweer grapjes tegen elkaar: “Ze moeten wel een beetje opschieten hier, want we moeten straks nog eten maken op de camping!”

Dat ik in de tussentijd al zeker vijf keer mijn telefoon zomaar uit mijn rechterhand liet vallen… tja, dat nam ik voor lief. Het zou vast wel meevallen.

De uitslag

Tot de arts binnenkwam met het verlossende — of beter gezegd, verpletterende — woord.

“Beste meneer van der Kroft,” begon de arts met een serieuze blik. “We zien op de CT-scan toch een infarct dat de uitval kan verklaren.”

Op dat exacte moment zakt de grond onder je voeten vandaan. De luchtigheid en de grapjes over het eten maken verdwenen op slag. Er viel een diepe stilte in de kamer. Ook mijn vrouw wist even helemaal niet meer wat ze moest zeggen. Van een ontspannen campingvakantie naar de keiharde werkelijkheid van een herseninfarct — in een paar uur tijd staat je hele wereld op zijn kop.

De dag ervoor

De dag ervoor

Vage klachten tijdens een potje Yahtzee

Sommige ingrijpende gebeurtenissen kondigen zich niet aan met een luide knal, maar met kleine, onduidelijke signalen. Signaleringen die je op het moment zelf heel makkelijk wegwuift of toeschrijft aan stress, vermoeidheid of een verkeerde houding. Achteraf kijk je er heel anders naar, maar op dat moment sta je er simpelweg niet zo bij stil.

Het was een behoorlijk drukke periode geweest. Zowel thuis als op het werk stapelden de taken en verplichtingen zich op, en ik draaide op volle toeren. We keken er dan ook enorm naar uit om de rust op te zoeken en eindelijk te gaan genieten van onze vakantie in onze eigen stacaravan in Oosterhout. Even helemaal niets aan ons hoofd, ontspannen en weer opladen.

Dat je na zo’n intensieve tijd fysiek wat spanning opbouwt, leek me op dat moment niet meer dan logisch. Mijn arm voelde al een tijdje stijf en zeurend aan, alsof er een hardnekkige spierpijn in zat.

’s Middags zaten we gezellig aan tafel voor een ontspannen potje Yahtzee. Gewoon even zinnen verzetten en verstand op nul. Maar tijdens het schudden van de dobbelstenen  merkte ik dat er iets vreemds gebeurde: mijn hand ging af en toe ineens ‘op slot’. Het gevoel alsof de spieren heel even niet luisterden naar wat mijn hersenen wilden. Het was vreemd en irritant, maar ik schoof het af op verkramping door de drukte en ging stug door met spelen.

Toen we later die dag gingen eten, werd het fysieke ongemak pas echt hinderlijk. Het hanteren van mes en vork ging moeizaam. De fijne motoriek die je normaal zonder nadenken gebruikt, kostte ineens ongewoon veel moeite en de spierpijn in mijn arm bleef zeuren. Onwillekeurig probeerde ik het zo goed mogelijk te verbergen. Je wilt geen onrust veroorzaken of dat anderen doorhebben dat er iets niet pluis is, dus verleg je ongemerkt je aanpak en doe je alsof er niets aan de hand is.

Na het eten besloot ik er wat tijgerbalsem op te laten smeren door mijn vrouw. De vertrouwde, warme en prikkelende geur van de balsem zou de stijve spieren vast wel wat ontspanning geven. Met de gedachte dat het puur een kwestie van overbelasting en stress was, zocht ik die avond op tijd mijn bed op. “Even een goede nacht rusten,” dacht ik bij mezelf, “hopelijk gaat het morgen weer beter.”

Pas later zou blijken dat dit geen gewone spierpijn of stressklacht was, maar de allereerste merkbare aankondiging van wat er in mijn hoofd gaande was.