Veilige Honk

Veilige Honk

Inpakken en wegwezen: Terug naar het veilige honk

07 – 08 Augustus 2026

Vrijdag op zaterdag was onze laatste nacht op de camping. Voorlopig dan.

Anita gaf heel duidelijk aan dat ze naar huis wilde. En geef haar eens ongelijk: de vertrouwde omgeving van je eigen huis geeft op zo’n moment simpelweg een veel veiliger gevoel. Mocht er toch weer wat gebeuren, dan hebben we thuis maar liefst drie ziekenhuizen om de hoek liggen. Wel zo’n prettig idee als de schrik er nog goed in zit.

Dus: de knop om, alles inpakken en de auto in voor de reis naar huis.

Dat inpakken was op zichzelf al een mooie oefening voor mijn trouwe ‘robotarm’, maar de échte uitdaging van de dag lag bij Anita. Zij zat namelijk achter het stuur. En geloof me, dat was voor haar minstens zo spannend als voor mij. Ze rijdt namelijk bijna nooit in onze automaat!

Daar zaten we dan: Anita met het zweet in haar handen en uiterst geconcentreerd achter het stuur, en ik er als ‘vliegende keeper’ en rustgevende bijrijder naast. Maar eerlijk is eerlijk: ze heeft ons vlekkeloos en veilig thuisgebracht.

Eenmaal thuis was het plan helder: eerst rustig alles op een rijtje zetten en onze vervolgstappen uitstippelen. Tien weken wachten op de poli in Breda voelde na al het nieuws over de halsslagaders immers nog steeds niet goed. Het besluit was snel genomen: maandag direct de vervangende huisarts bellen, het hele verhaal uitleggen en vragen om een doorverwijzing naar de neuroloog bij ons in de buurt.

Het hoofdstuk camping is voor nu even afgesloten. Vanaf de eigen bank gaan we de regie weer pakken. Thuis, veilig, en stap voor stap vooruit!

Vrijdag 7 Augustus

Vrijdag 7 Augustus

Ik kan mijn eigen billen niet eens vegen..

07 Augustus 2026

Na al het gepiep en het twee-uurlijkse bloeddrukmeten in het ziekenhuis, heb ik de afgelopen nacht eindelijk weer heerlijk geslapen. Nou ja, grotendeels dan. Anita vertrouwde de rust blijkbaar niet helemaal en heeft me diverse malen gepoord om te controleren of ik het nog wel deed 🙂

Maar als de rust eenmaal is neergedaald en de dag begint, komt ook het besef. De impact van het infarct laat zich niet meer negeren. Het zit ‘m in de kleine, dagelijkse dingen die gisteren nog vanzelfsprekend waren, maar nu ineens een gigantische puzzel vormen.

Mijn rechterarm lijkt wel veranderd in een robotarm. Het voelt alsof er een enorme vertraging op de lijn zit: ik denk ‘beweeg’, maar mijn arm reageert pas seconden later, houterig en stotterend.

En dan loop je gedurende de dag ineens tegen heel praktische, bizarre hobbels aan:

  • Mijn eigen billen vegen: Tja, laten we maar gewoon eerlijk zijn… Ik kan mijn eigen billen niet eens normaal vegen! Probeer dat voor de grap maar eens met je verkeerde hand te doen als je dominante arm ineens dienst weigert. Een complete logistieke uitdaging op het toilet.

  • Tandenpoetsen: Iets wat je al 57 jaar op de automatische piloot doet, is ineens een klus van formaat. De borstel naar mijn mond brengen én tegelijkertijd sturen? Bijkans onmogelijk.

  • Eten met mes en vork: Probeer maar eens een maaltijd te snijden als één hand niet meer meewerkt of halverwege stopt met luisteren.

  • Sleutel in het slot steken: Normaal een beweging van een fractie van een seconde, nu sta je minutenlang te mikken en te pielen om die sleutel überhaupt in het gaatje te krijgen.

  • Schrijven en je handtekening zetten: Mijn handschrift lijkt wel van een kleuter die voor het eerst een potlood vasthoudt. Een simpele handtekening zetten voelt alsof ik een ingewikkeld kunstwerk moet namaken.

…en wie weet wat ik de komende tijd nog meer ga ontdekken dat ineens niet meer zo vanzelfsprekend gaat.

In de loop van de ochtend komt dan het lastige moment om je werkgever en collega’s op de hoogte te stellen. Waarom ik er van tevoren zo nerveus voor was, weet ik achteraf ook niet, maar ik zag er best tegenop. Gelukkig bleek die spanning nergens voor nodig. Ik heb mijn bazin en mijn directe collega gebeld, en hun reactie was ontzettend warm en begripvol. Ik kreeg meteen alle ruimte en tijd om rustig aan mijn herstel te werken. Een enorme steun in de rug! De rest van mijn collega’s heb ik vervolgens via een app-berichtje geïnformeerd.

Het is tegelijkertijd ontzettend frustrerend én heel bizar hoe snel iets vanzelfsprekends kan veranderen. Maar goed, met een fijne thuisbasis en een meedenkende werkomgeving laten we de moed zeker niet zakken. Lachen om de klungeligheid helpt, en vanaf hier gaan we weer stap voor stap bouwen aan herstel!

De dag erna

De dag erna

Een zak medicijnen en een onderbuikgevoel

06 Augustus 2026

De volgende ochtend begon een medische rollercoaster waarin de ene na de andere test elkaar opvolgde. Ik onderging onder andere een duplexscan van mijn halsvaten, en al snel werd duidelijk dat het allemaal verre van onschuldig was. De uitslag was even slikken: mijn linker halsslagader bleek volledig dicht te zitten, en aan de rechterkant was de doorgankelijkheid nog maar zo’n 30%—een vernauwing van 70%.

Later volgde nog een MRI scan. Toen de uitslag van de MRI-scan volgde, werd de werkelijkheid keihard. Niet alleen liet het recente infarct een litteken achter op de scan, er bleken ook sporen te zijn van een eerdere, stille beroerte. Hoewel… helemaal onopgemerkt was dat wellicht niet. Terugkijkend verklaart het misschien waarom ik in de weken voorafgaand al een paar keer zomaar door mijn rechterbeen was gezakt. Ik had dat destijds weliswaar door de huisarts laten onderzoeken, maar toen wees niets in neurologische richting op een onderliggende oorzaak.

Het contrast met het ontspannen vakantiegevoel van een dag eerder kon niet groter zijn. Waar ik dacht uit te rusten in de stacaravan, stonden er nu ineens verschillende behandelaars aan mijn bed. Een fysiotherapeut kwam langs om voorzichtig een klein stukje met me te wandelen en te testen wat mijn lichaam nog kon, en de revalidatiearts kwam voorbij om de eerste contouren van het vervolgtraject te bespreken. Het werd een ochtend waarin definitief het besef doordrong dat mijn leven in één klap een heel andere wending had gekregen.

Aan het einde van de middag volgde een gesprek met de zaalarts, waar gelukkig ook mijn vrouw en dochter bij aanwezig waren. In dat gesprek kregen we eindelijk gedetailleerd te horen wat er precies in mijn hoofd was gebeurd. Het was een hoop medische informatie tegelijk, maar één mededeling kwam extra hard binnen: ik mocht de komende drie maanden absoluut geen auto meer rijden. Een flinke streep door de rekening en een directe inbreuk op de vrijheid en zelfstandigheid die je normaal zo voor lief neemt.

En zo staan we weer buiten. Met een stapel recepten voor medicijnen, een verwijsbrief voor ergotherapie en de mededeling dat ik me over tien weken pas hoef te melden bij de beroertepoli in mijn eigen ziekenhuis. En daar sta je dan ineens… op straat, verwerkt door het ziekenhuis, en zoekend naar hoe het nu verder moet.

Eenmaal terug op de camping, zittend met die flinke hoeveelheid medicatie, knaagt er iets. Dit zit me simpelweg niet lekker. Tien weken wachten voelt niet goed met deze uitslagen. Ik twijfel niet langer en neem direct het heft in eigen handen: er moet zo snel mogelijk een afspraak komen in het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp.

Het besluit werd genomen. We zouden onze vakantie afbreken en terug gaan naar Leiderdorp. Thuis zijn in onze vertrouwde omgeving.

De eerste nacht

De eerste nacht

Dit is niet mijn eigen bed !

05 Augustus 2026 begin van de avond.

En daar zitten we dan, sprakeloos.

De woorden van de arts galmen nog na in de behandelkamer. En nu? We zijn overvallen door de realiteit, zonder ook maar één spulletje bij ons. Geen schone kleren, geen tandenborstel… niks. Je denkt ’s ochtends een dagje boodschappen te doen op de camping en een paar uur later lig je in een ziekenhuisbed op de afdeling.

Eerst maar mijn ouders bellen. Die schrokken uiteraard enorm. En dan komt het moment dat je de kinderen moet inlichten. Maar wat stuur je op zo’n moment? Hoe breng je zoiets over zonder dat de paniek meteen toeslaat, maar wel eerlijk over wat er aan de hand is?

Uiteindelijk tikte ik met mijn linkerhand het volgende bericht:

“Niet schrikken. Maar ik lig in Breda in het ziekenhuis. Heb een lichte herseninfarct gehad. Mijn rechterarm had geen kracht meer. Inmiddels bloed geprikt, CT scan gehad, hartfilmpje gehad. Moet 1 of 2 nachtjes zeker blijven.”

Na het sturen van het bericht volgt er een stroom van meelevende en bezorgde reacties. Terwijl mijn vrouw terug gaat naar de camping en voor de volgende ochtend de noodzakelijke spullen gaat regelen, word ik aangesloten op de hartbewaking. Prikkels, draden en kabels houden mijn lichaam continu in de gaten.

Van slapen komt die eerste nacht vrijwel niets terecht. Om de twee uur wordt komt de verpleging binnen om de manchet om mijn arm weer op te pompen om de bloeddruk te meten en om mijn vitale functies te controleren. Telkens als je net weer een beetje wegzakt, schrik je opnieuw wakker.

Daar lig je dan in het halfduister. De piepjes van de monitoren op de achtergrond, het  pompen van de bloeddrukband, en in je hoofd de maalstroom van gedachten. Met de wetenschap dat de volgende dag volledig in het teken zal staan van diverse onderzoeken, is de eerste nacht in het ziekenhuis een hele lange. De onzekerheid over wat komen gaat houdt je alert, terwijl het besef van wat er die dag precies is gebeurd pas echt begint door te dringen…

Het infarct

Het infarct

Van de camping naar het Amphia

05 Augustus 2026

De volgende ochtend hoopte ik dat een goede nachtrust de stijvigheid en de spierpijn van de dag ervoor zou hebben opgelost. Maar het tegendeel was waar. Het vreemde gevoel in mijn arm was niet verdwenen. Sterker nog: de kracht in mijn arm was merkbaar afgenomen. Eenvoudige handelingen kostten plotseling ongewoon veel moeite.

Ondanks dat vervelende gevoel gingen we die ochtend toch op pad voor de dagelijkse boodschappen. Maar eenmaal bij de supermarkt merkte ik dat het echt niet ging. Ik voelde me niet goed, grieperig en absoluut niet fit. Ik gaf aan mijn vrouw aan dat ik liever in de auto bleef wachten tot zij klaar was.

Terwijl ik daar alleen in de auto zat te wachten, gebeurde er iets wat ik nooit meer zal vergeten. Uit het niets trok er een golf van kippenvel over mijn rechterarm. Direct daarna volgde een dof, verdoofd gevoel, en op hetzelfde moment viel de kracht in mijn arm volledig weg. De arm deed simpelweg niks meer. Als ik hem wilde verplaatsen, moest ik hem met mijn linkerhand oppakken en optillen. Het was een beangstigend moment: mijn eigen lichaam luisterde niet meer.

Aangekomen op de camping was het duidelijk dat dit geen spierpijn of vermoeidheid was. Ik heb direct mijn eigen huisarts gebeld om te overleggen. Omdat we op de camping ver van huis waren, adviseerde mijn huisarts om meteen contact op te nemen met een dokterspost of huisarts in de buurt.

We konden gelukkig snel terecht bij een lokale huisarts. Na een reeks korte neurologische tests en onderzoek keek de arts bedenkelijk. Ze twijfelde niet en ondernam direct actie: er werd meteen gebeld met de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Amphia Ziekenhuis in Breda.

Vanaf dat moment kwam alles in een sneltreinvaart. We moesten ons zo snel mogelijk melden in Breda. De onzekerheid maakte plaats voor de realiteit dat er iets ernstigs aan de hand was in mijn hoofd…

In het Amphia Ziekenhuis kwamen we terecht in een stroomversnelling van onderzoeken. Er werd direct bloed afgenomen, een hartfilmpje (ECG) gemaakt en ik werd klaargemaakt voor een CT-scan. Het is vreemd hoe snel een gewone vakantiedag kan veranderen in een medische  molen.

Na alle onderzoeken brak het wachten op de uitslagen aan. Terwijl we daar zaten, leek de kracht in mijn arm weer redelijk terug te keren. Het menselijk brein werkt op zulke momenten bijzonder: zodra het iets beter lijkt te gaan, zoek je meteen de relativering op. We maakten alweer grapjes tegen elkaar: “Ze moeten wel een beetje opschieten hier, want we moeten straks nog eten maken op de camping!”

Dat ik in de tussentijd al zeker vijf keer mijn telefoon zomaar uit mijn rechterhand liet vallen… tja, dat nam ik voor lief. Het zou vast wel meevallen.

Tot de arts binnenkwam met het verlossende — of beter gezegd, verpletterende — woord.

“Beste meneer van der Kroft,” begon de arts met een serieuze blik. “We zien op de CT-scan toch een infarct dat de uitval kan verklaren.”

Op dat exacte moment zakt de grond onder je voeten vandaan. De luchtigheid en de grapjes over het eten maken verdwenen op slag. Er viel een diepe stilte in de kamer. Ook Anita wist even helemaal niet meer wat ze moest zeggen. Van een ontspannen campingvakantie naar de keiharde werkelijkheid van een herseninfarct — in een paar uur tijd staat je hele wereld op zijn kop.

De dag ervoor

De dag ervoor

Vage klachten tijdens een potje Yahtzee

04 Augustus 2026

Sommige ingrijpende gebeurtenissen kondigen zich niet aan met een luide knal, maar met kleine, onduidelijke signalen. Signaleringen die je op het moment zelf heel makkelijk wegwuift of toeschrijft aan stress, vermoeidheid of een verkeerde houding. Achteraf kijk je er heel anders naar, maar op dat moment sta je er simpelweg niet zo bij stil.

Het was een behoorlijk drukke periode geweest. Zowel thuis als op het werk stapelden de taken en verplichtingen zich op, en ik draaide op volle toeren. We keken er dan ook enorm naar uit om de rust op te zoeken en eindelijk te gaan genieten van onze vakantie in onze eigen stacaravan in Oosterhout. Even helemaal niets aan ons hoofd, ontspannen en weer opladen.

Dat je na zo’n intensieve tijd fysiek wat spanning opbouwt, leek me op dat moment niet meer dan logisch. Mijn arm voelde al een tijdje stijf en zeurend aan, alsof er een hardnekkige spierpijn in zat.

’s Middags zaten we gezellig aan tafel voor een ontspannen potje Yahtzee. Gewoon even zinnen verzetten en verstand op nul. Maar tijdens het schudden van de dobbelstenen  merkte ik dat er iets vreemds gebeurde: mijn hand ging af en toe ineens ‘op slot’. Het gevoel alsof de spieren heel even niet luisterden naar wat mijn hersenen wilden. Het was vreemd en irritant, maar ik schoof het af op verkramping door de drukte en ging stug door met spelen.

Toen we later die dag gingen eten, werd het fysieke ongemak pas echt hinderlijk. Het hanteren van mes en vork ging moeizaam. De fijne motoriek die je normaal zonder nadenken gebruikt, kostte ineens ongewoon veel moeite en de spierpijn in mijn arm bleef zeuren. Ik probeerde  het zo goed mogelijk te verbergen. Je wilt geen onrust veroorzaken of dat anderen doorhebben dat er iets niet pluis is, dus verleg je ongemerkt je aanpak en doe je alsof er niets aan de hand is.

Na het eten besloot ik er wat tijgerbalsem op te laten smeren door mijn vrouw. De vertrouwde, warme en prikkelende geur van de balsem zou de stijve spieren vast wel wat ontspanning geven. Met de gedachte dat het puur een kwestie van overbelasting en stress was, zocht ik die avond op tijd mijn bed op. “Even een goede nacht rusten,” dacht ik bij mezelf, “hopelijk gaat het morgen weer beter.”

Pas later zou blijken dat dit geen gewone spierpijn of stressklacht was, maar de allereerste merkbare aankondiging van wat er in mijn hoofd gaande was.